Beleidsdoel | |
|---|---|
4.1 | De gebouwde omgeving en bedrijven gebruiken minder energie en worden duurzamer verwarmd en gekoeld |
| |
4.2 | De opwekking van duurzame elektriciteit is sterk toegenomen |
|---|---|
| |
4.3 | Het energiesysteem is beter geïntegreerd, innovatief, duurzaam en betaalbaar |
|---|---|
| |
4.5 | Het ondersteunen van de transitie naar een circulaire samenleving is sterker en meer integraal |
|---|---|
| |
4.6 | De transitie naar een klimaatneutrale samenleving wordt concernbreed beter verankerd en gemonitord |
|---|---|
| |
Effectindicator | Eenheid | Realisatie | Streefwaarde | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
P4-2 | Duurzame elektriciteit | |||||||
Duurzaam opgewekte elektriciteit | % | N.N.B. | 55 | 34 | 37 | 40 | 43 | |
Omschrijving: | Het percentage duurzaam opgewekte elektriciteit van het totale elektriciteitsverbruik in de provincie. In 2024 was dit 25%. Data voor 2025 zijn pas medio 2027 beschikbaar. | |||||||
Toelichting: | Door stijging van het elektriciteitsverbruik, wegvallen van de salderingsregeling, vertraging van plannen voor windenergie (mede door uitblijven van milieunormen), die deels na 2030 gerealiseerd zullen worden en stagnatie in realisatie zonnevelden is het niet meer haalbaar om in 2030 55% te halen. | |||||||
Bron: | Energiemonitor | |||||||
Hernieuwbare energie (V-3) | Getal | N.N.B. | 20 | 15 | 16 | 17 | 18 | |
Omschrijving: | De totale productie van hernieuwbare energie in peta joule (PJ). In 2024 was dit 11,8 PJ. Data voor 2025 zijn pas medio 2027 beschikbaar. | |||||||
Toelichting: | Naast de stagnatie zoals hierboven genoemd voor hernieuwbare opwek neemt het gebruik van duurzame warmtebronnen niet significant toe. | |||||||
Bron: | Energiemonitor | |||||||
P4-5 | Circulaire Samenleving | |||||||
Abiotisch grondstofgebruik | Mton | N.n.b. | 3,8 | <2026 | <2027 | <2028 | ||
Omschrijving: | Het totale gebruik van primaire abiotische (voor het eerst gebruikte, niet hernieuwbare) grondstoffen in en door de provincie Utrecht. De provincie heeft beperkt sturing op het grondstoffengebruik. | |||||||
Toelichting: | Cijfers komen altijd anderhalf tot twee jaar na dato beschikbaar. In 2023 was het grondstofgebruik 4,8 Mton. Buiten de doelstelling voor 2030 (3,8 Mton), is er geen jaarlijkse doelstelling. | |||||||
Bron: | Grondstoffenmonitor provincie Utrecht | |||||||
P4-6 | Klimaatneutrale Samenleving | |||||||
Emissie broeikasgassen | Mton CO2-eq | 6,4* | 3,9 | 6,1 | 5,9 | 5,6 | 5,2 | |
Omschrijving: | De totale emissie van broeikasgassen in de provincie Utrecht volgens de bronbenadering, waarbij de locatie van de bron van de emissies leidend is (in tegenstelling tot de locatie van de verbruiker). | |||||||
Toelichting: | *De realisatie voor 2025 betreft een voorlopige en indicatieve waarde. De streefwaarde is een omrekening van het doel voor 2030: 55% reductie van broeikasgassen t.o.v. 1990. Deze streefwaarde kan variëren van jaar tot jaar, omdat incidenteel historische waarden (inclusief waarden voor 1990) met terugwerkende kracht worden aangepast, bijvoorbeeld door methodiekverbeteringen. De begrotingscijfers worden berekend m.b.v. de prognoses uit de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het behalen van het doel voor 2030 is zeer onwaarschijnlijk. | |||||||
Bron: | Emissieregistratie; CBS; PBL | |||||||
