Het grondbeleid van de provincie en de beschikbare grondinstrumenten zijn belangrijke randvoorwaarden voor realisatie van deze provinciale beleidsopgaven. Vanwege de grondgebondenheid van opgaven op het gebied van natuur en landschap, duurzame energie, energietransitie, duurzame landbouw, recreatie en duurzame en veilige mobiliteit is de beschikbaarheid van (voldoende) grond een randvoorwaarde.
Nota Grondbeleid
Het grondbeleid bestaat uit het organiseren van processen, kennis, grondbeheer en instrumenten zoals de aan- en verkoop van gronden. De Nota Grondbeleid is het geldende kader en is in juli 2024 is door Provinciale Staten voor vier jaar vastgesteld. Een belangrijk kader binnen het grondbeleid is dat we opgavegericht werken. Dit betekent dat we in ons handelen de maatschappelijke opgaven centraal zetten. Grond is een van de middelen die we kunnen inzetten om onze gestelde doelen te bereiken. Grondbezit is daarmee nooit een doel op zich; het grondbeleid geeft de kaders en spelregels voor de inzet van het grondinstrumentarium. Wij hebben de verantwoordelijkheid om als een rechtmatige en betrouwbare overheid bij grondtransacties marktconform, openbaar, volgens gelijkberechtiging en transparant te handelen. Wel is het wenselijk om ons omgaan met grondbezit, gezien de toenemende omvang en urgentie van de grondgebonden opgaven (waaronder het UPLG en energietransitie), te bezien op de effectiviteit ervan en waar nodig het grondbeleid daarop aan te passen.
Strategische grondbank
In 2022 is het beleidskader strategisch grondbeleid vastgesteld. Binnen dit kader is de provinciale grondbank ingericht. Met de strategische grondbank is de keuze gemaakt voor een meer actief grondbeleid. Deze grondbank maakt het mogelijk om strategische grondaankopen te kunnen doen voor de ruimtelijke opgaven van onze provincie. In deze provinciale grondbank worden alle gronden die nodig zijn voor de verschillende provinciale opgaven opgenomen. Met de grondbank vergroten we onze uitvoeringskracht door meer strategische en vroegtijdige regie over het grondgebruik. Gronden die wij niet direct kunnen inzetten voor de verschillende programma's worden in kortlopende pacht uitgegeven.
Afwegingskader verplichtend grondinstrumentarium
Er zijn veel maatschappelijke doelen die gehaald moeten worden in het landelijk gebied, bij mobiliteitsprojecten of netcongestie. Veel van deze doelen kan de provincie bereiken met vrijwillige aan- en verkopen én het ruilen van gronden. Maar niet alle grond die nodig is om de doelen te realiseren kan vrijwillig verworven worden. Soms is de inzet van het verplichtend grondinstrumentarium zoals onteigening nodig om doelen te kunnen realiseren. Gedeputeerde Staten hebben hiervoor een beleidskader onteigening vastgesteld waarbinnen de provincie aan heeft gegeven hoe zij met onteigening wil omgaan.
Provinciale Staten is op 14 juli 2026 de ‘Quickscan grondinstrumenten’ aangeboden en daarmee Provinciale Staten geïnformeerd over de mogelijkheden van al dan niet verplichtende grondinstrumenten door de provincie Utrecht.
De adviezen van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) uit het rapport ‘Grond voor verbetering’ geven aanleiding om na te gaan of en hoe de provincie Utrecht de effectiviteit van de inzet van grond kan verbeteren.
Grondstrategie
In de Nota grondbeleid zijn de kaders van een grondstrategieplan opgenomen. Om een grondstrategieplan voor de transitie in het landelijk gebied op te stellen worden de te behalen doelen uit het Utrechts Programma Landelijk Gebied en andere programma’s met een grondgebonden opgave omgezet naar de benodigde grondinzet. Op basis van de concreetheid en urgentie van opgaven worden deze geprioriteerd en gefaseerd én wordt in het grondstrategieplan de benodigde inzet van grondinstrumenten uitgewerkt. Als de provincie eigenaar is van grond heeft ze niet alleen de mogelijkheid om te sturen met haar publieke instrumentarium maar ook met haar private instrumentarium. Grond is daarmee een middel geworden om regie te kunnen voeren in een gebiedsontwikkeling en daarbij het realiseren van de ambities en doelen te versnellen. Verder zal hier een noodzakelijke koppeling worden gemaakt met de regionaal op te stellen gebiedsagenda’s. Dit jaar zal verder gewerkt worden aan het opstellen van de grondstrategieplannen per deelgebied. Deze zullen worden vastgesteld door Gedeputeerde staten en met de Provinciale Staten worden gedeeld ter informatie.
