1. Ruimtelijke Ontwikkeling

Wat gaat het kosten?

P1

Ruimtelijke Ontwikkeling

Rekening 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

P1-1

Omgevingsvisie afweging plannen

-9.112

-10.131

-9.965

-10.049

-10.059

-9.909

P1-2

Gebiedsontwikkeling en ruimtegebruik

-3.204

-9.853

-7.496

-5.986

-3.273

-3.273

P1-3

Passende woonruimte woningbehoefte

-9.806

-14.943

-10.216

-13.134

-4.071

-3.840

Totaal exploitatie

-22.122

-34.927

-27.678

-29.168

-17.403

-17.022

Mutaties reserves

Onttrekkingen

3.102

2.667

9.573

2.640

150

0

Stortingen

11.705

20.012

5.424

9.000

9.000

0

Totaal mutaties reserves

-8.602

-17.345

4.149

-6.360

-8.850

0

Totaal P1

Ruimtelijke Ontwikkeling

-30.725

-52.272

-23.529

-35.528

-26.253

-17.022

Overzicht totaal lasten en baten

Rekening 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

Lasten

34.874

44.383

53.949

47.753

37.888

17.207

Baten

12.751

9.456

26.271

18.585

20.485

185

Totaal exploitatie

-22.122

-34.927

-27.678

-29.168

-17.403

-17.022

Mutaties reserves

-8.602

-17.345

4.149

-6.360

-8.850

0

Totaal P1

Ruimtelijke Ontwikkeling

-30.725

-52.272

-23.529

-35.528

-26.253

-17.022

Toelichting verschillen begroting 2027 en begroting 2026

Lasten

Lasten binnen programma 1 stijgen in 2027 ten opzichte van 2026. Dit wordt mede verklaard door de volgende ontwikkelingen:

  • Voor het belangrijkste deel worden de verschillen verklaard door ontwikkelingen in het programma Groen Groeit mee. Er is budget overgeheveld van 2026 naar 2027 voor de verlenging van de tenderregeling. Daarnaast is er ook een verlaging van de onttrekking uit de reserve GGM in 2026. De looptijd van de tenderregeling, die begin 2025 is opgesteld, is voor 2 jaar. Echter, deze is gekoppeld aan de verplichtingsperiode van het UPLG. Deze is in de loop van 2025 verlengd tot eind 2028. Daarom is bij de Slotwijziging 2025 besloten om ook voor de tenderregeling GGM uit te gaan van een looptijd tot eind 2028 in plaats van 2026.
  • Voor beleidsdoel P1.1 zijn inde Kadernota middelen toegekend ter vergroting van de samenhang en uniformering van beleidsmonitoring en de beheerlasten van GIS. Met deze investering stellen we de organisatie in staat om te ondersteunen bij het bouwen van deze monitors binnen de beleidsteams zodat de kwaliteit en samenhang verzekerd is en brengen we de gestegen kosten bij GIS weer in evenwicht met de begroting.
  • Voor beleidsdoel P1.2 zijn in de kadernota extra middelen toegekend ten behoeve van de voorbereiding van onze inzet op regiopoorten in 2027. Dit is een budget om te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om tot realisatie van regiopoorten te komen. Dit is nodig om succesvol aanspraak te maken op Rijkssubsidies.
  • Voor beleidsdoel P1.3 zijn in de kadernota extra middelen toegekend voor de versterking van de kerntaak en expertise van Volkshuisvesting. De nieuwe wettelijke taken op het gebied van Volkshuisvesting vereisen immers een extra investering. Hiervoor zal het Rijk middelen beschikbaar stellen.

Baten

Baten binnen programma 1 stijgen in 2027 ten opzichte van 2026. Dit wordt mede verklaard door de volgende ontwikkelingen:

  • Voor het belangrijkste deel wordt het verschil veroorzaakt door GGM. Bij de aanvraag van de maatregelenpakketten in 2024 is een inschatting gemaakt van het kasritme, waarbij als uitgangspunt gold dat de beschikbare middelen uiterlijk eind 2026 verplicht zouden worden. Inmiddels heeft het Rijk de termijn voor het verplichten van middelen verlengd tot eind 2028. Op basis van deze wijziging en de verwachte werkzaamheden is het kasritme herijkt, naar beneden bijgesteld in 2025 en 2026 en naar boven bijgesteld in 2027 en 2028. Daarnaast is het relevant om te benoemen dat de eerste fase van het programma zich met name heeft gekenmerkt door opstartactiviteiten.Hierdoor zijn in de beginfase beperkt middelen verplicht voor de uitvoering.
  • Voor beleidsdoel P1.3 zijn bij de kadernota de baten verhoogd voor versterking van de kerntaak en expertise Volkshuisvesting. De verwachting is dat het Rijk middelen incidenteel en structureel naar de provincie overhevelt voor de uitvoering van deze nieuwe wettelijke taken.
Deze pagina is gebouwd op 09/29/2026 16:50:31 met de export van 09/29/2026 16:42:59