Home

Bijlagen niet ter vaststelling (GS begroting 2027)

Wat willen we bereiken?

Beleidsdoel

4.1

De gebouwde omgeving en bedrijven gebruiken minder energie en worden duurzamer verwarmd en gekoeld

4.2

De opwekking van duurzame elektriciteit is sterk toegenomen

4.3

Het energiesysteem is beter geïntegreerd, innovatief, duurzaam en betaalbaar

4.5

Het ondersteunen van de transitie naar een circulaire samenleving is sterker en meer integraal

4.6

De transitie naar een klimaatneutrale samenleving wordt concernbreed beter verankerd en gemonitord

Wat gaan we daarvoor doen?

Beleidsdoel

P4-1

De gebouwde omgeving en bedrijven gebruiken minder energie en worden duurzamer verwarmd en gekoeld

Meerjarendoel

4.1.1

De ondersteuning van inwoners voor energiebesparing is beter en draagt bij aan een slimmer en inclusiever energiesysteem  

Wat doen we?

  • Stimuleren van isolatie van particuliere woningen via de volgende programma’s van het Energiedienstencentrum (EDC): het Meerjarig Collectief Ontzorgingsprogramma (MCO), VvE-aanpak (verenigingen van eigenaren), Monumentenaanpak en Energieloket;
  • In 2027 breiden we de monumentenaanpak uit van 6 naar 12 gemeenten.
  • Stimuleren via onder meer het Servicepunt Energie en subsidies dat bewonersinitiatieven in samenwerking met gemeenten een stevige rol krijgen in de warmtetransitie.

Beoogde resultaten:

  • Binnen het MCO-programma zijn minimaal 4.000 verduurzamingsmaatregelen uitgevoerd. Het streven is dat 25% van de deelnemende huishoudens ook een tweede maatregel treft;
  • Minimaal 12 gemeenten nemen deel aan de monumentenaanpak van het EDC;
  • Er zijn meer bewonersinitiatieven actief geworden en er zijn meer projecten van bewonersinitiatieven opgestart en ondersteund.    

Meerjarendoel

4.1.2

Ondersteuning voor en toezicht op energiemaatregelen bij bedrijven en maatschappelijke organisaties is beter.  

Wat doen we?

  • Stimulering van energiebesparing en gebouwgebonden opwekking bij maatschappelijke organisaties met behulp van energiescans en advisering over financiering, aanbesteding en realisatie door duurzaamheidscoaches. We vragen verlenging van het lopende Rijksprogramma OMV aan tot 1 mei 2028;  
  • Stimulering van verduurzaming bedrijfspanden en - processen als ook bedrijventerreinen en Cluster 6 bedrijven door: een ontzorgingsprogramma voor het MKB met de inzet van duurzaamheidsadviseurs en energiescans, deelname aan een landelijke aanpak met aanjagers op bedrijventerreinen, doorontwikkelen van een aanpak voor en samenwerking met de Cluster 6 bedrijven. We vragen verlenging van de lopende Rijksprogramma’s O-MKB en PVB aan tot 1 mei 2028;
  • In 2026 is het Rijk gestart om de EPBD IV EU-verordening voor één loketsystemen voor inwoners, ondernemers en instellingen vorm te geven onder de noemer Energiehuis. Binnen meerjarendoel 4.1.1 en 4.1.2. sluiten we hierbij aan en werken we nauw samen met gemeenten en de ministeries van BZK (voor inwoners en instellingen) en EZK (voor ondernemers), om dit in onze provincie vanaf 2027 vorm te geven. We continueren onze samenwerking met de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) en gemeenten en werken hiermee aan kennisdeling, monitoring en samenwerking, zodat we toezicht op verplichte energiemaatregelen en ondersteuning beter op elkaar afstemmen. Zo vergroten we onze gezamenlijke effectiviteit en stimuleren we extra energiebesparing.  

Beoogde resultaten:

  • 1 mei 2028 zijn voor minimaal 765 maatschappelijke gebouwen energiescans en adviesrapporten opgesteld;
  • 1 mei 2028 is op minimaal 27 bedrijventerreinen de organisatiegraad verhoogd en zijn plannen voor verduurzaming opgesteld. Voor minimaal 591 bedrijven zijn energiescans en energiebesparende adviezen opgeleverd;
  • Minimaal één uitwisselingsmoment georganiseerd tussen gemeenten, provincie Utrecht en ODU. De provincie is betrokken bij de dialoog tussen gemeenten en ODU ten behoeve van energiebesparing.

Meerjarendoel

4.1.3

In de Kadernota 2026 is de doelenboom voor programma 4 gewijzigd. In de gewijzigde doelenboom vervalt dit meerjarendoel. De doelen voor zon op dak zijn nu onderdeel van meerjarendoel 4.1.2.

Wat doen we?

Beoogde resultaten:

Meerjarendoel

4.1.4

De beschikbaarheid en toepassing van duurzame warmte- en koudebronnen is groter.  

Wat doen we?

  • Het effectief inzetten van een Expertteam warmte om gemeenten met financiële, juridische en technische vragen over warmtesystemen te kunnen adviseren;
  • Het oprichten van een Utrechts Warmte Ondersteuningsbedrijf voor het in opdracht van gemeenten ontwikkelen en realiseren van publieke warmtenetten, indien voldoende is aangetoond dat dit wenselijk en haalbaar is;
  • Vanuit de taak die provincies in de Wet Collectieve Warmte hebben gekregen, stimuleren we de efficiënte inzet van bovenlokale warmtebronnen;
  • Vanwege het belang van de inzet van geothermie als duurzame warmtebron blijven we alert op het waar mogelijk benutten van deze bron.

Beoogde resultaten:

  • Minimaal 15 gemeenten hebben individueel advies gekregen vanuit het Expertteam warmte en er is kennis ontwikkeld op minimaal 5 gemeenschappelijke vraagstukken;
  • Het Utrechts Warmte Ondersteuningsbedrijf ontwikkelt, realiseert en exploiteert collectieve warmtesystemen om warmte te leveren aan inwoners en organisaties;
  • De provincie heeft een proces ingericht om vooroverleg te voeren met gemeenten en eventueel zienswijzen in te dienen op voorgenomen bovenlokale warmtekavels;  
  • De provincie is betrokken bij de stappen die gemeenten en andere stakeholders zoals EBN zetten t.a.v. het ontwikkelen van geothermie en vervult waar mogelijk een faciliterende rol.

Beleidsdoel

P4-2

De opwekking van duurzame elektriciteit is sterk toegenomen

Meerjarendoel

4.2.1

De groei van duurzame elektriciteit is ruimtelijk beter mogelijk gemaakt.  

Wat doen we?

  • We doorlopen projectbesluitprocedures in de gemeenten Lopik, Montfoort, Oudewater en Wijk bij Duurstede om de RES-doelstelling van 2,4 TWh duurzame opwek voor 2030 te realiseren. Indien nodig vullen we dit aan met een of meer projectprocedures in de regio Amersfoort en FoodValley. Dit is in aanvulling op de opwek die door gemeenten mogelijk wordt gemaakt;
  • Ondersteuning van gemeenten bij het zoeken naar oplossingen in geval van (mogelijke) drempels vanuit provinciaal beleid in ruimtelijke procedures voor duurzame opwek;
  • Deelname in (programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed) OER-trajecten om een goede ruimtelijke inbedding te waarborgen en te helpen de projecten efficiënt te doorlopen;
  • We gaan met het IPO en het Rijk verder werken aan de SMR-samenwerkingsagenda.

Beoogde resultaten:

  • Om in totaal 2,4 TWh duurzame energie op te wekken zijn voor alle projecten de ruimtelijke procedures gestart of doorlopen;
  • Voor alle OER-trajecten is minimaal, indien de ruimtelijke procedure nog niet is gestart, een tender voor gronduitgifte in voorbereiding.

Meerjarendoel

4.2.2

Meer inwoners doen mee en participeren in de energietransitie.  

Wat doen we?

  • Regie op de uitvoering van de afspraken uit het Beleidskader Lokaal Eigendom en Participatie bij de windenergieprojecten in de provincie Utrecht;
  • Ondersteuning van gemeenten bij de realisatie van lokaal eigendom en zeggenschap bij wind- en zonne-energieprojecten. Gemeenten worden geholpen bij het opstellen en uitvoeren van beleid;
  • Zorgen voor een ondersteuningsstructuur samen met Energie van Utrecht voor coöperatieve energieprojecten. Hiervoor is er een Servicepunt Energie en zijn middelen beschikbaar (leningen via Ontwikkelfonds Opwek en subsidie). Er is ook ruimte om te werken aan het bekender en beminder maken van energiecoöperaties.

Beoogde resultaten:

  • De uitvoering van minimaal 50% lokaal eigendom en zeggenschap die verankerd is in alle omgevingsovereenkomsten/samenwerkingsafspraken bij provinciale windenergieprojecten, is gevolgd en getoetst bij ontwerp-projectbesluit;
  • Alle gemeenten die met wind en zon op land aan de slag gaan hebben beleid waar lokaal eigendom en zeggenschap onderdeel van is;
  • Energiecoöperaties zijn in positie om de uitvoering van coöperatieve projecten op te pakken. Hiervoor hebben ze een groter aantal leden en/of deelnemers aan activiteiten/acties van energiecoöperaties geworven.

Beleidsdoel

P4-3

Het energiesysteem is beter geïntegreerd, innovatief, duurzaam en betaalbaar

Meerjarendoel

4.3.1

Wet- en regelgeving zijn beter afgestemd op energietransitie (lobby):
In de Kadernota 2026 is de doelenboom voor programma 4 gewijzigd. In de gewijzigde doelenboom vervalt dit meerjarendoel. De doelen voor lobby zijn nu integraal onderdeel van alle meerjarendoelen.  

Wat doen we?

Beoogde resultaten:

Meerjarendoel

4.3.2

Innovaties leveren een grotere bijdrage aan een duurzaam energiesysteem.

Wat doen we?

  • Ondersteunen en uitvoeren van projecten die passen in de Roadmap slimme energiesystemen provincie Utrecht (slimme oplossingen netcongestie);
  • Het project energiehubs op bedrijventerreinen provincie Utrecht uitvoeren. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei en Provinciale Staten hebben hiervoor middelen beschikbaar gesteld (Statenvoorstel 'Plan inzet middelen versnelling energietransitie’). Dit project draagt ook bij aan meerjarendoelen 4.3.1 en 4.3.2;
  • Ondersteunen en uitvoeren van innovatieprojecten rond andere geselecteerde thema’s zoals energierenovaties in de gebouwde omgeving, circulariteit en waterstof.

Beoogde resultaten:

  • 5 innovatieprojecten zijn ondersteund die de energietransitie in Utrecht versnellen;
  • 10 (nieuwe en bestaande initiatieven voor) energiehubs zijn ondersteund en 4 energiehubs zijn gerealiseerd.

Meerjarendoel

4.3.3

De energietransitie is beter betaalbaar voor iedereen (passende financiële instrumenten):
In de Kadernota 2026 is de doelenboom voor programma 4 gewijzigd. In de gewijzigde doelenboom vervalt dit meerjarendoel. De doelen voor inclusieve energietransitie zijn nu onderdeel van meerjarendoel 4.1.1.

Wat doen we?

Beoogde resultaten:

Meerjarendoel

4.3.4

Netcongestie wordt sneller aangepakt en de energie-infrastructuur is beter afgestemd op vraag en aanbod van duurzame energie.

Wat doen we?

  • De provincie Utrecht onderzoekt in nauw overleg met de netbeheerders, Rijksoverheid en gemeenten hoe zij haar rol bij het versnellen van de netuitbreidingen verder kan versterken, bijvoorbeeld door aanpassing van de Omgevingsverordening waar nodig;
  • We faciliteren samenwerking met netbeheerders en gemeenten met inhoudelijk experts bij het zoeken naar en realiseren van slimme oplossingen. Dit doen we mede door het organiseren van werkplaatsen en communities of practice (CoP’s) voor bedrijven, projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties en betrokken ambtenaren om kennis en ervaringen over slimme oplossingen op te doen te delen en (daarmee) op te schalen;
  • We zetten samen met gemeenten en netbeheerders in FGU verband volop in op het vinden/realiseren van flexvermogen om uit de tijdelijke aansluitstop te komen of te blijven.
  • We organiseren 6 keer per jaar een Energy Board voor de netbeheerders, regio's, gemeenten Amersfoort en Utrecht en Ministerie KGG om de urgente problematiek van de netcongestie nauwgezet te volgen en hierop gericht actie te ondernemen. We organiseren 2 keer per jaar een klankbordgroep voor de maatschappelijke partners.

Beoogde resultaten:

  • De netbeheerders zijn ondersteund bij een goede ruimtelijke inpassing van de verschillende netuitbreidingen en we zijn direct betrokken bij 3 prioritaire netuitbreidingen in onze rol als Bevoegd gezag;
  • De bredere acceptatie en implementatie van slimme oplossingen zoals  alternatieve contractvormen, congestieverzachters en netbewuste woningbouw;
  • Gerealiseerd extra flexvermogen op diverse locaties om uit de tijdelijke aansluitstop te komen of te blijven.
  • De Energy Board stuurt op een effectieve aanpak van de netcongestie, met begrip voor elkaars standpunten (overheid/ netbeheerder).

Meerjarendoel

4.3.5

Sturing, duurzame gassen, energieopslag en duurzame regelbare opwek dragen meer bij aan het energiesysteem van de toekomst.

Wat doen we?

  • We zetten de eerste stappen in de totstandkoming van P-MIEK 3.0;
  • Samen met onze partners werken we conform de Interbestuurlijke Werkwijze (IBW) aan het beter in beeld brengen van het energiesysteem, het gebiedsgericht uitwerken van deze beelden en het maken van energieafspraken.

Beoogde resultaten:

  • De P-MIEK 3.0 wordt opgeleverd;
  • We hebben samen met partners gebiedsuitwerkingen van het Energiebeeld gemaakt die een basis kunnen zijn voor energieafspraken.

Beleidsdoel

P4-5

Het ondersteunen van de transitie naar een circulaire samenleving is sterker en meer integraal

Meerjarendoel

4.5.1

Betere inbedding van circulair in het provinciale beleid en de uitvoering door het uitvoeren van de middellange termijnstrategie circulaire samenleving

Wat doen we?

  • Uitvoering geven aan de Middellange termijnstrategie circulaire samenleving door middel van de activiteiten in de bijbehorende uitvoeringsagenda 2025 -2027;
  • We werken per focusthema de activiteiten uit die beschreven staan in de uitvoeringsagenda circulaire samenleving 2025-2027 en rapporteren hier jaarlijks over;
  • We zetten daarnaast in op het versnellen van de transitie via zogenaamde ‘coördinerende werkzaamheden’ waaronder kennisdeling, monitoring en het maken van afspraken met gemeenten en andere regionale partners.
  • Met een subsidieregeling voor klimaat en circulaire samenleving ondersteunen we circulaire netwerken die gericht zijn op het ontwikkelen, toepassen, versterken of opschalen van praktische oplossingen en samenwerkingen en initiatieven voor ketenregie gericht op circulariteit.

Beoogde resultaten:

  • De activiteiten uit de uitvoeringsagenda dragen bij aan (1) minder milieudruk, (2) meer leveringszekerheid en (3) een toekomstgerichte regionale economie.De uitvoering van het provinciale beleid voor de circulaire samenleving is geëvalueerd en de resultaten, geleerde lessen en actuele maatschappelijke en beleidsmatige ontwikkelingen zijn verwerkt in een geactualiseerde uitvoeringsagenda voor de volgende uitvoeringsperiode;
  • De coördinerende rol van de provincie heeft geleid tot een effectievere regionale aanpak van de circulaire transitie. Door kennisdeling, monitoring, netwerkontwikkeling en bestuurlijke samenwerking is de samenhang tussen partners versterkt en is de gezamenlijke inzet op de transitie naar een circulaire samenleving vergroot.

Beleidsdoel

P4-6

De transitie naar een klimaatneutrale samenleving wordt concernbreed beter verankerd en gemonitord

Meerjarendoel

4.6.1

Betere sturing op de doelen voor klimaatmitigatie door het uitvoeren van De Utrechtse Klimaataanpak: Naar Netto Nul

Wat doen we?

  • We geven uitvoering aan De Utrechtse Klimaataanpak: Naar Netto Nul door middel van de activiteiten in de bijbehorende uitvoeringsagenda 2024-2028;
  • We monitoren de CO2-reductie op de klimaattafels Elektriciteit, Gebouwde omgeving, Industrie, Landbouw & landgebruik, Mobiliteit en de eigen organisatie, en brengen deze in relatie tot onze klimaatdoelen en rapporteren hierover. Hiervoor wordt een bestuurlijke en ambtelijke klimaatjaarcyclus gebruikt - waar mogelijk doen we per tafel voorstellen om te komen tot extra CO2-reductie;
  • Met een subsidieregeling voor klimaat en circulaire samenleving ondersteunen we de uitvoering en opschaling van projecten die de uitstoot van broeikasgassen verminderen, CO2e uit de lucht verwijderen en langdurig veilig opslaan, hergebruik van materialen bevorderen, de levensduur van producten en materialen verlengen en het aandeel biobased grondstoffen vergroten;
  • We verkennen het instellen van CO2-plafonds / CO2-afbouwpaden en zetten in op een breder gebruik van CO2-prijsmethodieken bij beleidsvorming, in aanbestedingen en bij inkopen. Daarnaast leggen we de basis voor een interne klimaatboekhouding en nemen we het initiatief voor landelijke harmonisatie van beprijzingsmethoden en -uitgangspunten;
  • In samenwerking met vijf andere provincies zetten we projecten op die koolstof vastleggen. In Utrecht richten we ons daarbij primair op koolstofvastlegging binnen landbouw & landgebruik en in biobased (ver)bouwmaterialen.

Beoogde resultaten:

  • Verlaging van de broeikasgasuitstoot in de gehele provincie Utrecht met 55% in 2030 (ten opzichte van 1990) en netto nul uitstoot in 2050. In theorie kunnen we de uitstoot van broeikasgassen met maximaal 95% verminderen. Door resterende emissies aan de atmosfeer te onttrekken, of zelfs te zorgen voor een negatieve uitstoot (waarbij de opslag groter is dan de uitstoot) blijft klimaatneutraliteit in 2050 binnen bereik;
  • We streven in 2027 naar de versnelling in reductie van uitstoot en/of CO2-/koolstofopslag door het opzetten van een aanbesteding (bijv. voor carbon credits in construction stored carbon) of bijvoorbeeld een specifieke uitvraag via onze subsidieregeling klimaat en circulaire samenleving;
  • We geven met de eigen organisatie zelf het goede voorbeeld t.a.v. het terugdringen van de broeikasgasuitstoot.

Wat gaat het kosten?

Beleidsdoel
Meerjarendoel

Rekening 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

P4-1

Verduurzaming gebouwde omgeving

-7.270

-9.429

-9.484

-7.104

-7.312

-7.391

P4-1-1

Energiebesparing inwoners

-1.087

-6.753

-6.568

-4.206

-4.420

-4.500

P4-1-2

Energiebesparing bedrijven

-1.081

-1.506

-1.602

-1.593

-1.593

-1.593

P4-1-3

Zon op dak

-3.575

0

-69

-69

-69

-69

P4-1-4

Duurzame warmtebronnen

-1.526

-1.170

-1.246

-1.237

-1.230

-1.230

P4-2

Duurzame elektriciteit

-2.571

-3.696

-3.682

-2.760

-2.801

-2.801

P4-2-1

Ruimte voor duurzame energie

-1.944

-2.316

-3.070

-2.153

-2.194

-2.194

P4-2-2

Participatie inwoners

-627

-1.380

-612

-607

-607

-607

P4-3

Toekomstbestendig energiesysteem

-2.649

-4.427

-5.404

-4.319

-4.114

-3.605

P4-3-1

Wetgeving afgestemd op energietr. (oud)

-360

0

0

0

0

0

P4-3-2

Innovaties duurzame energievoorziening

-571

-2.491

-1.301

-1.440

-1.440

-1.440

P4-3-3

Inclusieve energietransitie (oud)

-1.719

-300

0

0

188

188

P4-3-4

Aanpak netcongestie

0

-828

-3.225

-2.003

-1.994

-1.485

P4-3-5

Energiesysteem van de toekomst

0

-808

-878

-877

-868

-868

P4-4

Energie-infrastructuur

-277

0

0

0

0

0

P4-4-1

Slim gebruik electriciteitsnet (vervalt)

-391

0

0

0

0

0

P4-4-2

Uitbreiding electriciteitsnet (vervalt)

-356

0

0

0

0

0

P4-4-3

Integraal progr. infrastr (vervalt)

469

0

0

0

0

0

P4-5

Circulaire Samenleving

-2.144

-2.765

-2.822

-2.343

-2.339

-2.339

P4-5-1

Strategie circulaire samenleving

-2.144

-2.765

-2.822

-2.343

-2.339

-2.339

P4-6

Klimaatneutrale Samenleving

-359

-1.140

-1.507

-1.184

-1.184

-1.184

P4-6-1

Utrechtse Klimaataanpak

-359

-1.140

-1.507

-1.184

-1.184

-1.184

Totaal programma voor bestemming

-15.270

-21.457

-22.899

-17.710

-17.750

-17.320

Voorstel resultaatbestemming

Onttrekkingen

1.250

4.000

2.500

0

0

0

Toevoegingen

2.845

5.000

2.000

0

0

0

Totaal voorstel resultaatbestemming

-1.595

-1.000

500

0

0

0

Totaal Klimaat en Energietransitie na bestemming

-16.865

-22.457

-22.399

-17.710

-17.750

-17.320

Deze pagina is gebouwd op 09/29/2026 16:50:31 met de export van 09/29/2026 16:42:59